Het huwelijk van Herman De Croo en zijn vrouw zou niet altijd van een leien dakje gelopen hebben. Drie bronnen bevestigen onafhankelijk van elkaar, dat Herman De Croo niet de biologische vader is van Alexander De Croo. Eén van hen weet zelfs wie dat wél is. Een redelijk lang verhaal dat we laten beginnen in 1961…

Herman De Croo volgt Rechten aan de Université Libre de Bruxelles. Op een dag gaat hij naar een voordracht van een Israëlische generaal, die er vertelt over zijn avonturen in de Sinaïwoestijn. Herman ziet daar een niet onknappe meid, die wijsbegeerte volgt aan dezelfde Brusselse universiteit, ijverig nota’s nemen. Hij spreekt haar aan: “Gaan we samen een pintje drinken, en mag ik dan en passant eens in uw nota’s kijken?”

Die niet onknappe studente, da’s Françoise Desguin. De twee worden vrienden, maar meer ook niet. Herman is immers verliefd op een ander, maar hij durft ‘t niet goed te vertellen aan dat meisje. En wanneer hij uiteindelijk wél durft, dan is zijn beste vriend hem voor. Dan zal hij toch maar eens met Françoise proberen zeker?

Dat zorgt dan weer voor spanningen bij zowel de familie De Croo als de familie Desguin. De Desguins, dat zijn chique, eloquente Franstalige mensen. Wat heeft die pummel uit boerengat Brakel in godsnaam in hun dochter gezien?

Maar ook de De Croo’s voelden zich in hun achterste gebeten. Brakel mag dan wel maar een boerengat zijn, maar Hermans papa is daar toch maar mooi burgemeester van. En ze zitten er ook best warmpjes in. Dat Franstalig wicht moet niet denken dat ze met ook maar één frank van de De Croo’s kan gaan lopen!

In 1961 krijgt Herman een Fullbright-beurs. Hij mag daarmee naar de University of Chicago Las School in de US of A. Françoise wil ook eens proeven van The American Dream, maar in de vroege jaren zestig moet je er niet aan denken om als niet-getrouwd koppel naar de andere kant van de Grote Plas te vliegen: branden in de hel zult ge, als ge daar nog maar aan peinst! Er wordt rap-rap een trouw geregeld, wat vooral bij de familie De Croo voor heel wat gemor zorgt.

Wanneer de twee terug zijn van hun avontuur in Amerika, vestigt Herman zich als advocaat aan de balie van Oudenaarde. Françoise gaat aan de slag aan de balie van Brussel.

Daarnaast stapt Herman, net als zijn vader, in de politiek. In 1964 wordt hij verkozen tot PVV-gemeenteraadslid in Michelbeke, waarna hij verkozen wordt tot burgemeester. Zes jaar later zal Michelbeke een deelgemeente worden van Brakel.

Burgemeester en advocaat tegelijk: Herman heeft het behoorlijk druk. Zo druk dat hij een medewerkster nodig heeft. In de jaren zestig mocht dat nog gewoon: een medewerkster zoeken in de plaats van medewerker (m/v/x). Françoise had echter zoiets van: “’t Zal wel zijn, mijne vent met een vreemde vrouw in den bureau!” Zij wordt uiteindelijk zelf die medewerkster.

Intussen slapen Herman en François al enkele jaren in ‘t zelfde bed, maar François’ buikje blijft zo plat als een pannenkoek. Da’s in een tijd dat condooms en de pil nog bijlange geen gemeengoed zijn – en koppels al tijdens de huwelijksnacht aan een nageslacht beginnen – toch wel straf.

Ze willen echt heel graag kinderen en ze weten ook wel hoe dat moet, maar het wil gewoonweg niet lukken. Ze willen kinderen van zichzelf, geen adoptiekindjes. Herman laat zijn kwakje onder de loep nemen, maar daar blijkt niks mis mee. Ook bij Françoise lijkt de kinderfabriek geheel normaal te werken. Ze krijgt zelfs een hormonenbehandeling, maar helaas. De dokter begrijpt er geen sikkepit meer van.

Herman en Françoise komen tot het besef dat ze zullen moeten aanvaarden dat ze misschien heel hun leven kinderloos gaan blijven. Dat creëert een afstand tussen hen: beiden zijn ze nogal gesloten mensen, beiden kunnen ze nogal moeilijk over gevoelens en emoties praten. Ze hébben die beiden wel, maar erover spreken is bijzonder moeilijk…

En dan, na veertien jaar proberen, is het ineens zo ver: op 3 november 1975 wordt Alexandertje geboren… Heeft Herman veertien jaar lang moeten oefenen, om pas vanaf dan pas raak te kunnen schieten?

In november vorig jaar, toen we berichtten over Alexander De Croo en Eveline Dellai, kreeg onze redactie volgende tip: “Alexander De Croo is een product van overspel, Herman is niet zijn biologische vader.”

Een dag of drie later, iemand anders: “Alexander De Croo is een koekoekskind! Ik weet het van xxxx!”

Tja, daar waren we vet mee.

Vorige week kregen we van een bron, die zich in politieke én zakelijke kringen beweegt, bovenstaand verhaal, dat we in eigen woorden hebben naverteld. Maar hij wist ook nog dit: “Herman is niet de biologische vader van Alexander. Het water was in de periode dat Alexander verwekt is, heel erg diep tussen Herman en zijn vrouw. Hun huwelijk was gewoon een ramp. De biologische vader van Alexander, is een chirurg uit Waregem.”

Waarom er, nu Alexander De Croo eerste minister is, zo vaak gezegd én geschreven wordt dat hij wel héél anders is dan zijn vader? Wel, mogelijk daarom dus. 

 
 
 
 
 
 

Gepubliceerd door Stefan Lambrechts

Optimist en liefhebber van mooie natuur, door wiens aderen ook een beetje benzine stroomt.