Kroniek van de onvervulde beloftes.

Het is 15 maart 1971, Jean-Pierre Monseré rijdt als wereldkampioen een kermiskoers in het Kempense Retie. Hij knalt tegen een stilstaande auto, die daar niet mocht zijn en sterft op de macadam. Monseré wordt daarmee de enige wereldkampioen die in de regenboogtrui het leven liet.

Van de 50 Belga Sport-documentaires die Canvas maakte over de meest memorabele momenten uit de Belgische sportgeschiedenis, stond de aflevering van Jean-Pierre Monseré in de top tien op één. Wellicht omdat de sport slechts figureert als decor in een verhaal over verloren dromen: over wat niet was en niet kon zijn, maar toch gebeurde.

Het verhaal van ‘Jempie’ – zoals Jean-Pierre Monseré werd genoemd – is een verhaal van het noodlot.

Eind jaren ‘60, in de gouden tijd van Merckx, Godefroot, Verbeeck en Van Springel is daar plots een jonge pallieter die iedereen naar huis fietst. Hij is pas een maand prof als hij in 1969 de Ronde van Lombardije wint, een jaar later wordt hij wereldkampioen. Maar het wordt de trui van het noodlot. Zijn vader Achiel Monseré, is een hartpatiënt en mocht eigenlijk niet drinken, en viert zich dood. 10 dagen na de overwinning van zijn zoon, krijgt hij een hartstilstand. Tien maanden later verongelukt Jean-Pierre. Vijf jaar later verongelukt zijn zoontje op 7-jarige leeftijd met het fietsje dat hij van Freddy Maertens had gekregen.

Belga sport brengt het meest onwaarschijnlijk en tragische verhaal uit de Belgische wielergeschiedenis met interviews van zijn weduwe Annie en een hele reeks iconische kampioenen die hem willen eren: Eddy Merckx, Felice Gimondi, Leif Mortensen, Roger De Vlaeminck, Freddy Maertens, Walter Godefroot en Johan Demuynck.

CANVAS / 8 maart, om 20:50 – 21:40 : ‘Belga sport – Jean-Pierre Monseré’