De Nationale Bank stuurde onderzoekers naar de rosse buurt om te tellen.

Sinds 2014 verplicht de Europese Unie om, net als het werk van loodgieter en beenhouwer, de sekswerker mee te tellen in het bruto binnenlands product (bbp). Drugshandel zit er nog niet in, maar het wordt aanbevolen om ook dat mee te tellen. Het bbp is een maatstaf voor meten van onze welvaart.

Volgens de Nationale Bank van België (NBB) spenderen we dus meer dan een miljard aan betaalde seks. Dat wil zeggen aan sekswerkers die actief zijn in bordelen, seksclubs en massagesalons, vitrineseks, maar ook escortes voor thuis en op het werk. Het gaat hier wel enkel over ‘fysieke’ seks, webcamseks zit er bijvoorbeeld niet in.

Omdat de sector doorgaans geen facturen schrijft voor haar klanten, is het cijfer slechts een raming. Om zo accuraat mogelijk te zijn, stuurt de NBB onderzoekers het veld in om te tellen. Een vreselijk job, maar iemand moet het toen. Die jongens kwamen tot de vastelling dat wij 27 procent meer aan betaalseks uitgeven dan in 2008.

Als we 1 miljard delen door het totaal aantal inwoners in België (mannen en vrouwen van alle leeftijden) dan komen we aan een gemiddelde van 90 euro per Belg per jaar dat wordt uitgegeven om van bil te gaan. Trekken we daar iedereen van af (sorry voor het woordgebruik) die niet binnen het profiel van de seksbetaler valt, dan komen we makkelijk aan meer dan 200 euro per jaar.