Minister Koen Geens wil “vooruit met de geit”.

Sinds 2017 wordt er in ons land al gedebatteerd over een minimale dienstverlening tijdens gevangenisstakingen. Vorig jaar werd het principe goedgekeurd, maar over hoe het dan concreet moest worden toegepast, was men het oneens. Koen Geens vond het na veel nutteloos gelameer, welletjes en werkte het systeem in zijn eentje verder uit.

De vakbonden vonden dat ze met een ezelsstamp van de onderhandelingstafel waren verjaagd en noemden het een “pure aanval op het stakingsrecht”.

Een vakbond passeer je niet zonder gevolgen en dus gingen de cipiers aan het staken om te mogen staken. Vandaag was het al de zesde vrijdag op rij, en de eerste keer dat er een verplichte minimale dienstverlening moest zijn. Een test voor de machtsverhoudingen dus. Resultaat: slechts in de helft van de Brusselse en Vlaamse gevangenissen is de minimumbezetting gerespecteerd, in een aantal gevangenissen was maar de helft van de minimale bezetting aanwezig.

Minister van Justitie Koen Geens (CD&V) is daar zeer tevreden mee, want men kan een minimale bezetting pas afdwingen vanaf het 49ste stakingsuur. “Dus werken we de eerste twee stakingsdagen – zoals vandaag – eigenlijk met een vrijwillige verplichting”, aldus Geens.

En nu? Gaan de cipiers de volgende keer dan langer dan 49 uur moeten staken?

Koen Geens lacht in zijn vuistje en laat fijntjes weten dat het niet klopt dat de vakbonden niet betrokken waren. “De vakbonden hebben aan de overleggen in de gevangenissen dikwijls niet willen deelnemen, dus daar was niet altijd goede wil. In die zin was ik van oordeel dat we vooruit moesten met de geit”, aldus Geens.

Het valt ons op dat Koens de laatste tijd graag dieren van de boerderij gebruikt om zijn woorden kracht bij te zetten.