Joke Van Caesbroeck is freelancejournaliste, dertig en van de vrouwelijke soort. Om de veertien dagen kunt u een column lang meekijken in haar hoofd. Daar is het soms gezellig, maar meestal niet.


Met plooien en al

Vroeger deed ik bloot de strijk. Ik ben daarmee gestopt. Met strijken bedoel ik. En dus ook met bloot strijken. De afgelopen jaren ben ik met een aantal dingen gestopt. Ik ben gestopt met mijn verstand te gebruiken, ik ben gestopt met niet meer teveel drinken en ik ben gestopt met strijken.

Mijn moeder leerde mij strijken. Zakdoeken. Wie strijkt nu in godsnaam zakdoeken. Die dienen gewoon om uw neus in te snuiten hoor. Ten hoogste om ergens aan de kant van de weg achter een struik en met een sluitspier die dienst weigert uw gat mee af te vegen. Ik heb dat soms voor als ik vettig heb gegeten op verplaatsing. Nog nooit heb ik mij dan afgevraagd: zeg, waarom is die zakdoek niet gestreken? Mijn moeder strijkt zélf niet eens haar zakdoeken. Ik wist zelfs niet dat wij dat hadden, zakdoeken! Ze waren er gewoon ineens, toen mij de kunst van het strijken moest aangeleerd worden. Om van mij een goede vrouw te maken. Ik kan u al verklappen dat dat mislukt is, maar aan mijn moeder en haar zakdoeken heeft dat alleszins niet gelegen.

Mijn eerste lief studeerde voor dokter. Hij wilde er de hele tijd goed voorkomen en droeg van die geruite hemdjes met korte mouwen. Spuuglelijk maar ja, liefde maakt blind. Eerste liefde stekeblind. Na een dik half jaar begon het mij ineens te dagen: ik ga toch godverdomme zijn hemden niet moeten strijken zeker later? Hij zei van wel. Ik heb hem meteen buitengegooid. Afijn, niet letterlijk, want wij hadden elk ons eigen kot, maar ik zei dat hij moest kiezen. Ik of zijn hemden. Hij koos voor zijn hemden. Dat was dan dat. Salu en de strijk.

Maar u vraagt zich natuurlijk af waarom ik dat bloot deed, strijken. Ik ontdekte per ongeluk dat dat toffer is dan strijken met kleren aan. Ik had eens de was gedaan, de was opgehangen om te laten drogen en daarna nog een was ingestoken. Daardoor had ik geen kleren meer om aan te doen. Ik dacht foert! Ik strijk bloot! En dat voelde goed aan. Als iets goed aanvoelt, doet een mens dat dikwijls nog eens. En daarna nog eens. Dat is de aard van onze soort. Achteraf bekeken kon ik natuurlijk ook eerst een niet gestreken kledingstuk aantrekken, een ander kledingstuk strijken en dan wisselen van outfit. Maar ik was toen al gestopt met mijn verstand te gebruiken.

Toen ik nog bloot streek, woonde ik in een appartement. Op de derde verdieping. Door het grote schuifraam keek ik uit op een klas, het tweede of derde leerjaar, wie ziet daar het verschil tussen. En zij keken uit op mij. Het is te zeggen: op mijn bloot gat, elke dinsdagvoormiddag. Ik streek op dinsdagvoormiddag. Een goede vrouw heeft structuur. Die kinderen vonden dat niet raar. Kinderen zien ganse dagen het bloot gat van een volwassen vrouw. Die lopen badkamers te pas en te onpas binnen en buiten en kruipen met hun moeders in de kotjes van de zwemkom. Die kijken echt niet meer op van een bloot gat meer of minder.

Vorig jaar ben ik in een huis gaan wonen, het huis staat in een gemengde buurt. Hier wandelen kinderen voorbij, maar ook volwassenen, van over gans de wereld. Mijn bloot gat wordt hier minder geäpprecieerd. Volgens mij strijken ze in het buitenland niet bloot. Toen ik hier een week woonde, lag er een briefje in de hal. Met de hand geschreven. Er stond: please wil gij niet naked strike doen. Toen ben ik ermee gestopt. Goede buren zijn beter dan verre vrienden. Ook van mijn moeder geleerd. Als ik niet meer bloot mocht strijken, dan wilde ik niet meer strijken tout court. Sinds die dag moet iedereen mij maar nemen zoals ik ben. Met plooien en al.

 

 

Gepubliceerd door Joke Van Caesbroeck

Freelancejournalist. Geeft een onzinnig leven zin met onzin. Geproduceerd in een fabriek waar ook problemen verwerkt worden.