Laat me onmiddellijk duidelijk zijn: homo’s en zwarten zijn oké. Mensen die me kennen, weten dat ik dat ook meen.

Als meritocraat beoordeel ik mensen niet op geslacht, uitzicht of seksuele voorkeur, maar op wat ze kunnen en kennen. Ik laat me liever opereren door een goede zwarte chirurg dan door een incompetete blanke munganga (dokter in het lingala). Sommigen vinden dat ook niet echt sympathiek, maar je hebt nu eenmaal een referentiepunt nodig. En ik vind slimme en kundige mensen interessanter.

Wat de laatste dagen met de BV’s gebeurd is, vind ik dan weer wansmakelijk. Ik begrijp niet dat volwassen mannen fluit en aars laten filmen en die beelden vervolgens doorsturen. Noem me gerust conservatief. Dat is overigens niet vies, in tegenstelling tot de beelden van die mannen die volgens een homoseksuele vriend (zie je wel) nog steeds gretig gevraagd en gedeeld worden in die gemeenschap.

De klassieke media (MSM) pushen ons al jaren om ons een wereldbeeld op te leggen dat volledig afwijkt van de norm. Wat is de norm in Vlaanderen? Mannen en vrouwen die doorgaans samen iets proberen te maken van hun leven door te werken, kinderen op te voeden en af en toe te genieten.

De norm van de klassieke media? Boze zwarten die beelden uit musea stelen, klimaatactivisten die het einde van de wereld voorspellen, drugsbendes die granaten gooien, homoseksuelen die bepalen wat vrouwen mogen dragen. Dat is niét het leven van de meeste Vlamingen die door de voortdurende bestoking van die klassieke media beginnen te twijfelen aan hun eigen waarden en normen. Laat me deze mensen – jong en oud, want ook jongeren mogen en kunnen conservatief zijn – een hart onder riem steken: conservatief zijn is niet vies. Conservatieve waarden zijn niet vies. Vroeger was het soms écht beter. En er is niets verkeerds met de klassieke waarden: trouw zijn in een relatie, hard werken, sparen, kinderen op de wereld zetten en een goede opvoeding geven, loyaliteit en doorzettingsvermogen. Zo is Vlaanderen ooit groot geworden. Niet door betogende aandachtszoekers.

(Thierry Debels)