Een app die ons waarschuwt voor besmette personen is klaar, de regelgeving nog niet.

Verschillende landen – vooral Aziatische – gebruiken technologische middelen om in kaart te brengen wie er besmet is en waar die persoon zich bevindt. Meer zelfs track and race apps verwittigen waar en wanneer mensen zich niet aan de lockdown maatregelen houden. Je zou het oneerbiedig een soort van medisch-elektronische enkelband kunnen noemen.

Een land als China – waar men niet altijd even correct met de waarheid en de vrijheid omspringt – gebruikt data van telecomoperatoren om mensen te volgen en op te sporen wanneer ze uit quarantaine “ontsnappen”. Burgers moeten een app downloaden en krijgen een kleur afhankelijk van het besmettingsgevaar: rood, geel, groen. Het is maar één van de vele voorbeelden van experimentele apps die moeten helpen tegen de verspreiding van het virus.

Ook in ons land liggen er apps klaar voor gebruik, maar lang niet iedereen is ervan overtuigd of we deze intense inbreuk op onze privacy wel wensen. Willen we weten of we omringd zijn door mensen die besmet zijn? Waarschijnlijk wel. Willen we toestaan dat men ons gaan en laten kent en controleert? Waarschijnlijk niet.

In het beste aller werelden zou de technologie de overheid helpen om de opgelegde maatregelen af te dwingen op basis van databundels die anoniem zijn aangemaakt om haarden van infecties vast te stellen of te verhinderen.

De Europese GDPR-wet staat niet toe dat gezondheidsgegevens verwerkt worden in data over ons, ook niet als die anoniem zijn, tenzij er uitdrukkelijke toestemming is van de gebruiker. Maar, in crisistijden kan de overheid een wet doorduwen die die uitdrukkelijke toestemming niet respecteert

Wat zullen we dan kiezen? Privacy of gezondheid?