Vivaldi-coalitie onder druk.

Het is 17 januari, de dag dat Sophie Wilmès opnieuw het vertrouwen aan het parlement moest vragen. Corona stak daar een stokje voor. In de laatste rechte lijn testte Lachaert positief en moest men de fysieke onderhandelingen staken. Maar dat is wellicht wat kort door de bocht, want na anderhalf jaar gelummel, is er niet meer dan een wankel clubje zonder premier dat zichzelf Vivaldi noemt, waarbinnen men het nog niet eens is over een aantal grote vraagstukken.

Vandaag starten opnieuw de fysieke onderhandelingen en het belooft meteen een turbulente dag te worden. Vlaams Belang wil een motie van wantrouwen indienen tegen de regering-Wilmès, waar ook CD&V en Open VLD deel van uitmaken. Ook N-VA en PVDA/PTB verzetten zich tegen de verlenging van de minderheidsregering. De Vivaldipartijen kwamen onder mekaar overeen om de termijn van Wilmès nog maar eens eventjes met twee weken te verlengen, maar de vraag is of men zo binnen de grondwettelijke grenzen blijft.

En dan is er minister van Binnenlandse Zaken en CD&V-boegbeeld Pieter De Crem. “Als we in Vivaldi meestappen, zal het oppositie voeren binnen de meerderheid zijn”, zegt De Crem In De Standaard. Omdat men CD&V binnen Vivaldi niet nodig heeft om mathematisch de meerderheid te hebben, vreest De Crem dat ze geen stempel zullen kunnen drukken op het beleid. Bovendien merkt hij op dat die beleidsnota vol “algemeenheden” staat en dat het “nog het meest lijkt op een programma van Groen en Ecolo”. De Crem is daarom voorstander van een oppositiekuur tenzij VilValdi een een centrumrechts verhaal schrijft op het vlak van onder meer migratie, economie en veiligheid.

Het rommelt dus binnen CD&V en het rommelt binnen Vivaldi, maar het rommelt vooral in België.