In 2010 mochten tien ongekende Vlaamse stand-upcomedians zich voorstellen aan de media. Een medewerker van De Standaard ging kijken en vond er slechts twee goed.

“Boeva heeft de flair en het zelfvertrouwen van de ware stand-upcomedian en vooral een soort onverschrokken brutaliteit. Benieuwd of William Boeva ook op de langere afstand overeind blijft, hoewel dat misschien niet eens echt nodig is. Met deze set kan hij in het circuit van comedy-cafés en jeugdhuizen de meeste komieken moeiteloos onder tafel spelen.”

De analyse was juist.

De enige comedian die ons behalve William Boeva nog kon bekoren, was Erhan Demirci, de sympathieke zoon van een Turkse mijnwerker die vindt dat hij zich heel goed heeft geïntegreerd. “In Brussel schelden ze me uit voor sale Flamand”, zegt hij trots. “Hij hangt ook een mooie sketch op aan het eerste kerstfeest met zijn Vlaamse schoonfamilie”, besluit de redacteur van De Standaard.

Boeva heeft ondertussen een lange weg afgelegd (met of zonder rolstoel – grapje William!) en een onderneming opgericht. In 2018 werd een mooie winst behaald. Dat is terecht. Op de cijfers van 2019 is het nog even wachten, maar naar verwachting zullen die ook goed zijn.

(Thierry Debels)