CD&V speelt het hard.

Het zou naïef zijn te denken dat het plots allemaal wel lukt in de Belgische politiek. Onmiddellijk na de verkiezingen was de Vivaldi-coalitie volgens Di Rupo (PS) het enige haalbare. Zijn plan werd toen door zowat iedereen verworpen en neergekogeld. Ondertussen zijn alle partijen al een aantal keer 180 graden gedraaid en teruggedraaid.

Het lijkt stilaan onmogelijk om in de huidige structuur de wensen van de kiezer na te komen. Als er in 10 jaar tijd 4 tijdelijke regeringen nodig zijn om te blijven drijven, dan is het tijd om institutioneel wat te veranderen.

Door corona zijn er ondertussen andere prioriteiten en moeten we in overlevingsmodus. Deze week ging een er optimistisch briesje door de wetstraat, maar op zaterdag waait de wind alweer stevig op kop. Joachim Coens laat in De Ochtend op Radio 1 verstaan dat de doorbraak – zoals Lachaert die benoemt – niet automatisch een regering oplevert met de zeven partijen. “Dit is voor niemand een onvoorwaardelijke ‘ja”, aldus Coens. “Het is nu aan de preformateurs om een nota op te stellen waarin de betrokken partijen zich moeten herkennen. Zo gaat dat altijd. Wij (CD&V, red.) moeten zien dat we herkenbaar zijn, dat we de zaken terugvinden die er voor ons toe doen.”

Dat klinkt niet meteen als een ‘avanti’, maar als een ‘reverso’.

Lachaert sprak gisteren over een ‘project voor tien jaar’, maar als hij de haantjes Magnette (PS) en Bouchez (MR) niet kan overtuigen dat CD&V de premier levert, dan zou er wel eens helemaal geen project kunnen komen.