Het viel op: twee kamerleden spraken de laatste dagen met dédain (minachting) over het parlement. Dedecker vindt kamerlid zijn een “nutteloze stiel” en ook parlementslid Van Peel droomt nu al van een zinvollere activiteit na 2024.

Dat is uiteraard spijtig én onterecht. Het parlement is immers de waakhond van de regering. Parlementsleden – zeker uit de oppositie – hebben de verdomde plicht om ministers en staatssecretarissen te controleren.

De meeste parlementsleden zijn inderdaad lui en vadsig en kunnen enkel vragen stellen over zaken die ze eerder in de krant gelezen hebben. Het was hét element bij uitstek waarover Ignaz, de onlangs overleden chauffeur van Jean-Marie, en ik ons druk over konden maken.

Goede parlementsleden zijn, net zoals goede journalisten, zeldzaam. Ze gaan zelf op onderzoek en ze durven regeringsleden moeilijke vragen te stellen. Uitstekende parlementsleden kunnen een regering zelfs flink in de problemen brengen.

Goede parlementsleden zijn dan ook nuttig, net zoals goede journalisten nuttig zijn. Maar zoals met bijna alles in het leven moet je zelf de invulling geven aan die functie. Enkel de krant lezen en op de stemknop duwen is onvoldoende en levert dan ook weinig voldoening op.