Waar lopen we (volgens Nederlandse statistieken) het meest grootste om besmet te raken?

Zondag – in De Zevende Dag – werd het cijfermateriaal over het aantal besmettingen in de horeca door Erika Vlieghe denigrerend van tafel geveegd: “Sorry, maar die trekken op geen voeten” zei ze over de Vlaamse cijfers. Dat er ook Nederlandse cijfers waren, werd totaal genegeerd. Wat zijn die cijfers dan wel, waar Nederland over beschikt en wij (nog altijd) niet? Sinds 6 juli deelt Nederland wekelijks gedetailleerde gegevens met de bevolking. Kunnen we er vanuit gaan dat daar weinig verschil op zit met de Belgische situatie?

 

59 procent van de besmettingen – waarvan een bron kon worden vastgesteld – gebeurt in een thuissituatie (infectie via huisgenoten). 13 procent van de besmettingen vindt plaats op het werk, 10,3 procent door contacten met de overige familie. In de verpleeghuizen – waar patiënten verzorgd worden die niet langer in het ziekenhuis moeten blijven – situeert men 9,3 procent. Slechts 3,8 procent van de overdracht van het virus gebeurt wanneer ze afspreken met kennissen en vrienden en 3,7 procent tijdens hun vrijetijdsbesteding. In de horeca 1,8 procent.

 

Laten we onze ‘experten’ sparen en ze tegemoet komen door aan te nemen dat er een foutmarge op zit. Wordt 1,8 procent dan 59 procent?