Meer dan 130 jaar nadat de beruchte seriemoordenaar Jack The Ripper de Londense straten onveilig maakte, denken wetenschappers zijn identiteit onthuld te hebben.

Hoewel er doorheen de jaren verschillende illustere figuren de identiteit van Jack The Ripper toegeschreven kregen, denken wetenschappers het mysterie eindelijk ontrafeld te hebben. De seriemoordenaar maakte tussen 1888 en 1891 de Londense straten in de wijk Whitechapel onveilig. Hij vermoordde op brutale wijze zeker vijf en mogelijk tot achttien vrouwen. The Ripper sneed daarbij lichaamsdelen van de slachtoffers uit om als trofee bij te houden, zoals het hart of de lever van de vrouwen. Deze werden vakkundig verwijderd, waardoor verschillende theorieën in de richting van een chirurg of een slager wijzen. Ook Sir Arthur Conan Doyle, auteur van de Sherlock Holmes-verhalen, raakte in de ban van het mysterie rond de identiteit van de moordenaar en verdacht een vrouw, die hij Jill The Ripper doopte, ervan de feiten gepleegd te hebben.

Een met bloed doordrenkte sjaal die teruggevonden werd op een van de plaats delicten, zou volgens onderzoekers het DNA bevatten van zowel het slachtoffer als van de seriemoordenaar. Het kledingstuk werd aangetroffen bij het lichaam van The Rippers vierde slachtoffer, Catherine Eddowes, die op de nacht van 30 september 1888 om het leven werd gebracht. De vrouw werd uiterst gewelddadig vermoord, waarna The Ripper haar nier stal en de beruchte From Hell-brief naar de politie stuurde. Deze brief werd vergezeld door de helft van een menselijke nier, vermoedelijk afkomstig van het slachtoffer. De andere helft zou The Ripper naar eigen zeggen opgegeten hebben.

De sjaal zou het enige overblijvende stuk fysiek bewijsmateriaal zijn in de Jack The Ripper-zaak. Wetenschappers aan de John Moores universiteit in Liverpool deden er genetisch onderzoek naar. Niet alleen het DNA van het slachtoffer werd op de sjaal teruggevonden, maar ook dat van de Poolse barbier Aaron Kosminski.

Kosminski werd in 2014 reeds als verdachte in de zaak aangehaald door de Britse zakenman Russell Edwards. Ook hij concludeerde op basis van DNA-onderzoek op de sjaal dat de jonge Pool de dader moet zijn geweest. Maar de gebruikte testmethoden werden door andere wetenschappers meteen bekritiseerd en zouden onvoldoende gedocumenteerd zijn geweest. De onderzoekers aan de John Moores universiteit claimen nu een stelselmatige analyse op moleculair niveau te hebben uitgevoerd en konden opnieuw vaststellen dat het DNA op de sjaal toebehoort aan Aaron Kosminski, door het daarna te vergelijken met dat van zijn overgebleven nazaten.

Aaron Kosminski zou 23 jaar oud geweest zijn ten tijde van de moorden en werkte als kapper in Whitechapel. In 1891 werd hij opgenomen in een gesticht, waar hij op 53-jarige leeftijd overleed. Andere critici beweren echter dat er niet met 100% zekerheid vastgesteld kan worden dat de sjaal inderdaad aan Catherine Eddowes toebehoorde en menen dat men niet weet wat er de afgelopen 130 jaar allemaal met het kledingstuk gebeurd is. Het nieuwe onderzoek aan de Liverpoolse universiteit zou echter ook de authenticiteit van het bewijsmateriaal aantonen.

Gepubliceerd door Tess Van Linden

Good girls are bad girls that never get caught