Slechts een exemplaar van gemaakt. Alleen: er is wel wat werk aan.

In de jaren zestig vlogen Mustangs – net als andere Amerikaanse sportwagens – bij bosjes uit de bocht. De erbarmelijke wegligging van Amerikaanse auto’s van toen: er zijn zelfs tal van grapjes over gemaakt.

Ford wilde de Mustang stabieler maken en dacht daarbij aan vierwielaandrijving. Het Britse bedrijf Ferguson Research moest een constante vierwielaandrijving ontwerpen voor de ponycar. Bij enkele testexemplaren bleek de opzet nog te werken ook. De vierwielaangedreven Mustang was veel stabieler in de bochten.

Er was een grote maar. Het kostenplaatje. En dat was meteen de reden waarom Ford er uiteindelijk toch niet mee door ging. Meer dan de vier experimentele 4×4-Mustangs – twee coupés, een hatchback en een cabriolet – werden er dus niet gebouwd in 1970.

Die enige cabriolet, die werd nu gevonden. In een schuur in Nederland, onder een hoop stof nog wel. En hij staat te koop. Alleen: de nieuwe eigenaar zal wel flink wat plakkaten moeten investeren en geduld oefenen om er weer een plaatje van te maken. Er ontbreken namelijk nogal wat cruciale onderdelen. De 5,7-liter grote V8? Foetsie. Net als de automatische versnellingsbak.

Die dingen vallen, net als de ontbrekende carrosserie-onderdelen, nog wel te vinden. Maar laat het nu zo zijn dat datgene wat de auto echt uniek maakt, de voorste aandrijflijn, ook ontbreekt…

Gepubliceerd door Stefan Lambrechts

Optimist en liefhebber van mooie natuur, door wiens aderen ook een beetje benzine stroomt.