Maandag is er een Belpop over Gabriel Rios.

Dat is een hele eer voor de zanger. Rios: “Soms ben ik triest en blij tegelijkertijd. Alles is altijd dubbel. De wereld draait zot, het zijn moeilijke tijden.” Je zou denken dat het uitspraak van de laatste weken is, maar hij vertelde het al in 2007 aan Bruzz.

Het grote geluk is dat Rios het pad kruiste van de fenomenale Jo Bogaert. Producer Jo Bogaert, bekend van Technotronic, nam met hem het gewaardeerde Ghostboy op. Dit album kwam begin 2004 uit en werd een succes in Nederland en Vlaanderen.

Minder geweten is dat Jo eigenlijk een filosoof is die ook aan een boek begon over het Lam Gods.

Jo in 2002: “Uiteindelijk is Technotronic een heel tragische geschiedenis. Alles is, vanaf de tweede single, kapotgelopen op het gebrek aan ervaring dat we in België hadden, op de handigheid van Amerikanen, op advocaten,..”

Rios over de samenwerking met Bogaert: “Een grote eer eigenlijk. Rik Urmel van platenfirma Megadisc had mij aan hem heeft voorgesteld. Zijn Pump Up The Jam is een wereldhit, ook in Puerto Rico. Maar ik wist niet dat hij een Belg was. Dus dat was wel even schrikken.” Ik weet dat ik soms badinerend of schertsend schrijf, maar wat ik nu beweer, meen ik echt: dat nummer is echt fenomenaal. Jo vraagt zich soms af waarom het zo vaak op verzamelplaten staat, maar het antwoord is eenvoudig: het is wereldklasse.

Rios over de samenwerking met Jo: “Aanvankelijk zouden we samen de demo’s opnemen die ik had gemaakt, maar we hebben alles in de vuilbak gegooid en zijn opnieuw begonnen. Uiteindelijk hebben we een jaar in de studio gezeten.” Rios is een perfectionist. Dat doet hem soms een beetje de das om. Hij heeft ook last van – ondertussen grotendeels overwonnen – plankenkoorts.

In 2006 richt de zanger zijn vennootschap op. Vier jaar later verkast hij naar de Verenigde Staten. Met zijn vriendin Delphine Bafort betrekt hij dan een flat in Brooklyn, New York.

Drie jaar songs schrijven aan de andere kant van de wereld is leuk, maar het betaalt de huur niet, zo ondervond Rios. “Ik verdiende geen geld met de kleine try-outs die ik er deed, dus basically heb ik alles wat ik in België verdiend heb, uitgegeven aan huur, taxi’s, eten, vliegtuigtickets,… Ik wist zeker dat ik na drie jaar zou terugkeren naar België, maar toen ik terug was, zei mijn manager: ‘Het is goed dat je nu terug bent, want je bent nét niet blut’.” Hij vertelt het aan de Vlaamse media.

Dat Amerikaanse mislukte avontuur heeft natuurlijk een weerslag op zijn vennootschap. Eind 2019 beslaan de totale activa van de vennootschap net geen 200.000 euro. Boekjaar 2019 was niet denderend, maar de vennootschap beschikt gelukkig wel over een mooie financiële buffer.

Rios zou een pak rijker kunnen zijn mocht hij in zijn loopbaan betere beslissingen genomen hebben.

Uiteraard is er ook de coronacrisis. In de toelichting lezen we dit: “Sinds de opgelegde maatregelen ter verdere verspreiding van het coronavirus is de omzet sterk teruggevallen gezien alle massamanifestaties verboden zijn. Daardoor zijn alle optredens afgelast.”


“De financiële gevolgen kunnen op vandaag nog niet volledig ingeschat worden. Als blijkt dat deze heel zwaar doorwegen, dan zal het bestuursorgaan de gepaste maatregelen hiertoe nemen.”

Triest en blij tegelijk: het is een goede samenvatting van Rios.