Onderhandelaars gingen vannacht om twee uur uit elkaar zonder akkoord over een noodregering.

“Een noodregering die voor één jaar een opdracht krijgt om de crisis te bevechten”, zo omschrijft Bart De Wever de uitdaging die op de onderhandelaarstafel ligt.

Er zou een steunpakket voor de economie moeten komen van miljarden euros en dus heeft het  land heeft een volwaardige regering met volle bevoegdheden nodig. De Wever noemt het een beetje als een oorlog. “Dan moet je je meningsverschillen opzij zetten, tot de vijand verslagen is.”

Totdaar de mooie theorie. Vannacht hebben de zes partijvoorzitters van socialisten, liberalen, N-VA en CD&V geprobeerd om tot een principieel akkoord te komen, maar – wat had je gedacht – dat is niet gelukt. De PS vindt dat een wissel van de premier in deze crisistijden niet aan de orde is en streelt daarmee de ambitie van de kleine MR die niet wil dat men aan de postjes raakt. Dat ze daarmee de verkiezingsuitslag compleet negeren, en het Vlaamse volk beledigen, lijkt hen niet te kunnen deren. Voorzitter Georges-Louis-Bouchez heeft daarom een bondgenootschap gesloten met Paul Magnette. Ze trekken – zelfs in tijden van crisis – nog altijd communautaire kaart – je weet wel dat onderwerp waarover ze niet willen praten. “Het is overantwoord om nu in deze crisistijden van kapitein te wissele”, twitterde Magnette. “Het gezond verstand en de toestand van het land vragen om dat niet te doen.”

Vanmiddag gaan ze het nog een keer proberen, zodat maandag Patrick Dewael (Open Vld) en Sabine Laruelle (MR) dat in hun eindverslag aan de koning kunnen meegeven. Mogelijks duidt de vorst dan een formateur aan.