God leert ons een lesje, maar welke god?

In tijden van oorlog lopen de kerken vol. Maar in de strijd met corona, zijn de kerken en moskeeën op slot: te gevaarlijk voor kruisbesmettingen. In de evangelische kerk van de Franse stad Mulhouse was er van 17 tot 21 februari een samenkomst van gelovigen. Bijna 2.500 mensen uit  heel Frankrijk – maar ook uit België en Zwitserland – kwamen daar toen samen. Na een week was iedereen besmet. Sindsdien wordt Mulhouse gezien als het epicentrum van de Franse coronauitbraak.

Ook uit Iran komen er soortgelijke verhalen over samenkomsten in Moskeeën die daarna de plaatselijke bevolking decimeren. Om dat soort van catastropfes te vermijden heeft men wereldwijd de gebedshuizen gesloten. Op 23 april start de Ramadam. Die vastenmaand wordt zoals de traditie het wil, beleefd met familie en vrienden die samen bidden en na zonsondergang samen eten. Ons land vreest voor ernstige gevolgen en hoopt dat de info voldoende is doorgedrongen bij de islamitische gemeenschap. Imams roepen iedereen op om niet samen te komen, maar traditie is een taaie tegenstander.

In Nederland – het land dat zo vlak is omdat de protestanten er bergen hebben verzet – zijn fundamentalistische christenen ervan overtuigd dat god de mensheid tot bezinning wil brengen door een virus op hem af te sturen. “Wij denken dikwijls dat de wereld maakbaar is, maar dat is niet zo. God regeert”, klinkt het. Maar tegelijk zien ze er ook een zegen in want – zo lezen we in het erg christelijke Nederlandse Dagblad – het coronvirus veroorzaakt een verdieping van het geloof. Mensen bidden vaker en intenser.

Al zorgt de lockdown ook voor praktische bezwaren. Het avondmaal wordt inmiddels al digitaal gevierd, maar doop- en belijdenisdiensten zijn vooralsnog een digitale stap te ver. God en IT zijn blijkbaar nog niet volledig compatibel.