Vandaag werd de “Verklaring van de Vlaamse Regering betreffende de algemeen maatschappelijke situatie en betreffende de krachtlijnen van de begroting 2021” door Jan Jambon in het Vlaams parlement voorgelezen.

Opvallend zijn de vele verwijzingen naar Brugge, de mooiste stad van Vlaanderen.

Jambon: “Vorig jaar – toen corona alleen maar deed denken aan een kroontje of aan een biermerk – riep ik u en alle Vlamingen op het beste van zichzelf te geven. Ik verwees naar de leuze van de Heren van Gruuthuse: ‘Plus est en vous’, er zit meer in u. Ik verwoordde het nog straffer: ‘Plus est en nous’, er zit meer in ons. Wij, Vlamingen.” (“Plus est en vous” is ook de leuze van de jezuïeten)

De Heren van Brugge of Heren van Gruuthuse vormden een van de voornaamste families, zo niet de voornaamste, in het Brugge van de dertiende tot de vijftiende eeuw.

In de geschiedenis is de familie bekend omwille van haar commerciële activiteiten en de rijkdom die ze hierdoor verwierf en de rol die ze heeft gespeeld, vooral dan Lodewijk van Gruuthuse als mecenas, kunstverzamelaar, militair, diplomaat en politicus in het kielzog van de Bourgondische hertogen.

Jambon: “Ik rond bewust af met de inspirerende figuur waar ik al naar verwees, Jan Van Eyck. Hij kende die Brugse familie Gruuthuse zeer goed. Ik vraag mij af: waarom blijft zijn kunst zo imponeren? Deskundigen kennen het antwoord. Met zijn ongekend realisme, zijn stralende kleuren en vooral zijn technisch brio ontketende Van Eyck een ware revolutie. Van Eyck vernieuwde en perfectioneerde de olieverftechniek met pientere vondsten tot de absolute top. Zijn beheersing van de lichtinval en vooral zijn puntgave weergave van details blijven verbazen.”

“Al tijdens zijn leven veroverde Van Eyck met zijn vernieuwende werken de toenmalige westerse wereld. Hij blijft een inspirerend voorbeeld. Hij boetseerde mee onze identiteit. Misschien is hij zelfs een kanshebber voor de canon van Vlaanderen?”

“Weet u, Jan Van Eyck was ook een van de eerste schilders die zijn werk signeerde. Van Eyck was dus zelfbewust, terecht. Al voegde hij daar soms relativerend – met een Limburgs accent – de woorden ‘Als ich kan’ aan toe, wat ‘Zo goed als ik kan’ betekent.”

Ook hier is er uiteraard een link naar Brugge. Vanaf 1431 vestigde Van Eyck zich bestendig in Brugge. In 1432 huurde hij een voornaam huis in de Nieuwstraat, parochie Sint-Gillis (nu Gouden-Handstraat 6). In datzelfde jaar ontving hij er de Brugse raadslieden in zijn atelier. De huur bedroeg dertig schelling en werd ook na zijn dood verder betaald door zijn weduwe Margaretha (tot 1444). Hij schilderde in opdracht van Italiaanse kooplieden, van leden uit de hogere clerus en van edellieden. Voor het stadsbestuur beschilderde hij de beelden die op de gevel van het stadhuis werden geplaatst.

De stad Brugge dankt Jan voor de mooie reclame…