Alweer een corona-verhaaltje weerlegd.

We kennen het ondertussen wel, de ontsmettingen van winkelkarretjes bij de ingang van de supermarkt. In volle lockdown kwam daar een fileparcours bij en werden we overgeleverd aan de ijver en de willekeur van de karretjes-baas, die niet overal even efficiënt omsprong met de organisatie.

Heel de tijd benaderden we winkelkarretjes en deurklinken die door anderen waren aangeraakt met argwaan, want er er was ons verteld dat het virus dagenlang kon overleven op gladde oppervlakten. Maar in The Lancet Infectious Diseases komt hoogleraar microbiologie Emanuel Goldman van de Amerikaanse Rutgers Universiteit met het bewijs dat winkelkarretjes, liftknopjes en deurklinken het virus niet doorgeven. De eerdere studies die aantoonden dat een deurklink besmet en gevaarlijk kon zijn, waren uitgevoerd met enorme concentraties van het virus, vaak miljoenen tot tientallen miljoenen virusdeeltjes. In werkelijkheid hoesten of niezen we niet meer dan honderden tot duizenden deeltjes uit.

Bij de huidige studie probeerden de onderzoekers de echte situatie na te bootsen met een patiënt die een oppervlak besmet. Er werd geen intact virus op het oppervlak gedetecteerd. In een supermarkt moet het virus eerst nog zien te overleven op een karretje om dan via de handen van de volgende persoon weer in diens neus of ogen te belanden. Volgens de onderzoekers is dat onmogelijk.