Massaal betogen en staan swingen op Brussels pleinen, geen probleem. Maar winkelen zonder masker?

Je verslikt je toch in je boterham als je in De Morgen motivatiepsycholoog Maarten Vansteenkiste hoort zeggen dat “feestvierders straffen olie op het vuur gooien is”. De lockdown – of zeg maar de periode van zelfbeheersing – zou veel energie hebben gekost en leidt nu tot compensatie. Het beschamende feestje op het Flageyplein wordt vervolgens een normale reactie genoemd. De psycholoog zal wel weten waar hij het over heeft, maar je kan je afvragen of je dit soort van analyses in de pers moet gooien. Van olie op het vuur gesproken. Vansteenkiste heeft gelijk als hij zegt dat de veiligheidsraad met hun communicatie 180 graden is gedraaid: van ‘niets mag behalve’, naar ‘alles mag behalve’. Er wordt gewogen met twee maten en twee gewichten. Je kan probleemloos prostituees bezoeken, maar marktkramers kunnen niet gaan en staan waar ze willen.

Woensdag komt de Veiligheidsraad nog een keer bij elkaar. De grote vraag is of we naar verdere versoepelingen gaan, of dat we – door enkele rotte appelen die de mand bevuilen – weer wat van onze vrijheid zullen moeten inleveren? Het momentum is alleszins niet in ons voordeel. In Duitsland zitten ze met een R-waarde van 2,88 en plaatst men hele wijken in quarantaine, Iran beleeft een tweede golf die heftiger is dan de eerste, het virus verspreidt zich wereldwijd erger dan ooit te voren en in ons land is er een gebrek aan zelfbeheersing.

Het zou best wel eens kunnen we straks mondmaskers zullen moeten dragen in winkels. Probeer de redenering hierachter vooral niet te begrijpen. Ooit was er een moment dat virologen het dragen van mondmaskers zinloos vonden. Diezelfde virologen pleiten er nu voor om ze te verplichten.

Wat zou het toch heerlijk zijn, mochten we een echte premier hadden in dit land.