De Nederlandse Hoge Raad schept een belangrijk Europees precedent.

Door de pandemie was het even stil rond de IS-vrouwen die de Europese overheden dagvaarden. Eén voor één vinden ze dat de landen die ze verraden en bestreden hebben, verplicht moeten worden om hen terug te halen uit Syrië of de buurlanden daarvan. Ook ons land vecht nog altijd een procedurestrijd uit tegen een handvol advocaten die op de barricades staan om verloren ‘Belgen’ terug te halen.

De vrouwen kregen in Nederland via kortgeding gedaan dat Nederland al het nodige moest doen om in elk geval de kinderen te repatriëren. In hoger beroep besliste het gerechtshof in Den Haag echter anders: “De rechter mag niet op de stoel van de politiek gaan zitten.”

Volgens de Nederlandse Hoge Raad – het hoogste rechtscollege in Nederland – kunnen de vrouwen en de kinderen zich tegen de Nederlandse Staat niet direct beroepen op mensenrechtenverdragen, die volgens de vrouwen zijn geschonden.

Omdat de vrouwen uit eigen beweging naar het strijdgebied zijn vertrokken mocht het gerechtshof volgens de Hoge Raad oordelen dat de Nederlandse staat “ondanks de zwaarwegende belangen van de vrouwen en de kinderen hen niet naar Nederland hoeft te halen en zich daarvoor ook niet hoeft in te spannen”.