Experten jongleren met cijfers tot ze in hun kraam passen.

“Ik vind het niet kunnen dat we onze testcapaciteit spenderen aan de cultuur- of sportsector”, zegt professor Herman Goossens (UA) op Radio 1. Goossens wil dat men stopt met testen in de sport- en cultuursector omdat de prioriteit nu de volksgezondheid is. Uiteraard heeft hij het dan over de fysieke gezondheid. Vlaams minister van Sport Ben Weyts (N-VA) is het niet helemaal eens, en zegt dat het niet om grote getallen gaat.

Maar dan gaat Goossens goochelen met cijfers. Waar eerder de Nederlandse statistieken over de besmettingshaarden in de horeca als flauwe kul werden afgedaan, wordt datzelfde Nederland plots een voorbeeld als het om het verschuiven van de testcapaciteit gaat. “We schuiven met onze testcapaciteit en leggen de nadruk op de symptomatische patiënten”, zegt Goossens. “Nu is die balans tussen het testen van symptomatische en asymptomatische personen ongeveer 50-50. Ter vergelijking: in Nederland is dat 90-10″

Vorige week besliste het Nederlands kabinet dat restaurants, lunchrooms en cafés een maand de deuren moeten sluiten. Het Outbreak Management Team (OMT), dat het kabinet adviseert over het coronabeleid, opperde echter een dag later dat restaurants mogelijk open kunnen blijven. Ze moeten dan wel gezondheidschecks blijven uitvoeren en de 1,5 meter afstand moet gewaarborgd zijn.

De sluiting van de horeca wordt vandaag door de Koninklijke Horeca Nederland (KHN) aangevochten in de rechtbank in Den Haag.