“Oeigoeren te koop.”

Zo luidt de titel van een Australisch onderzoeksrapport dat stelt dat de afgelopen drie jaar minstens 80.000 mensen zijn afgevoerd naar Chinese fabrieken. Volgens de onderzoekers zouden die fabrieken producten maken voor tachtig van de grootste merken ter wereld. Onder die bedrijven – die misbruik maken van de dwangarbeid van de Chinese moslimminderheid – bevinden zich grote namen als Apple, Nike, Puma, BMW, Zara, H&M, Mercedes-Benz , Land Rover en Jaguar.

Het rapport wijst erop dat het exploiteren van gevangenen, om via dwangarbeid winst te maken, een schending is van de mensenrechten. De Australiërs troffen Chinese advertenties aan waarin openlijk reclame wordt gemaakt voor ‘door de overheid gesponsorde arbeid’. Volgens de adverteerders kunnen de Oeigoeren zware omstandigheden aan en hanteren ze een semi-militaire managementstijl.

De Oeigoeren zijn een moslimminderheid in het westen van China. Ze worden door China gewantrouwd omdat sommigen een eigen staat willen. Veel Oeigoeren hebben zich aangesloten bij jihadistische groepen die in Syrië vechten. Naar schatting meer dan een miljoen Oeigoeren zouden door China zijn opgesloten in concentratiekampen. Vaak is hun enige misdaad het dragen van een hoofddoek. Gevluchte Oeigoeren en mensenrechtenorganisaties vertellen dat de gevangenen worden gehersenspoeld en gemarteld.

Toch zijn de grote merken volgens de onderzoekers mogelijks niet op de hoogte van de mensenrechtenschendingen. Ze worden in het rapport opgeroepen om een onderzoek te starten.