Een epische gevecht om te overleven zonder hoop.

Regisseur Darren Aronofsky zag Noah als boekverfilming. Een bewerking van het bijbelverhaal met een eigen visie dus en geen religieuze documentaire om zieltjes te winnen. Noah is in de eerste plaats het relaas van een man die worstelt met zijn eigen demomen. De nooit aflatende de strijd van de mens om mens te willen en moeten zijn.

Geen echte bijbelse strijd met god dus, maar het verhaal van een man die wil voldoen aan een ideaal. Noah heeft meer kopzorgen over zijn hitsige zonen, zijn zelfbewuste en liefhebbende vrouw en enkele verstekelingen dan over de hevige regen waarvoor hij beschutting moet zoeken.

Met die eigenzinnige insteek trap je natuurlijk op gelovige tenen. In Amerika waar het creationisme welig tiert (zij die geloven in het scheppingsverhaal en de bijbel lezen als een wetenschappelijk boek) kreeg de film het zwaar te verduren. De makers zouden het bijbelverhaal hebben gekaapt en Noah is teveel een milieuactivist.

In Noah heerst de mens inderdaad als een barbaar over de wereld. De natuurlijke energie- en voedselbronnen zijn uitgeput, de schepping is verworden tot een woestenij. Als God hem middels visioenen duidelijk maakt dat het eindpunt is bereikt, begrijpt Noah (Russell Crowe, met een baard die alsmaar wilder wordt ) dit maar al te goed en onderneemt actie. Hij bouwt zijn ark, waar van elke diersoort enkele exemplaren zullen schuilen voor de zondvloed, maar waar buiten Noach en zijn gezin geen mensen thuishoren. Vrijwel iedereen zal verdrinken en Noachs familie mag zich niet voortplanten. De mens moet uitsterven, zodat de aarde ongemoeid haar balans hervindt.

Et voila: een visueel meesterwerk in de schaduw van een menselijke strijd om te overleven.

VIER / 6 maart, om 20:35 – 23:10 : ‘Noah’