Politiezones wisselen gegevens met elkaar uit die niet mogen gedeeld worden.

Gedurende minstens 5 jaar lang schendt de politie de privacywet door databanken voor mekaar open te zetten. Alle politiezones die aangesloten zijn op het platform ‘Infotheek’ kunnen mekaars info doorzoeken. Zij krijgen hierbij toegang tot informatie die niet gecheckt en gevalideerd is. Met andere woorden: gegevens die nog niet verwerkt zijn maar ‘ruw’ zijn ingegeven in een databank. Gegevens waar geen conclusies aan verbonden zijn, en niet zijn gecheckt, kunnen tot foutieve besluiten leiden, en zijn in strijd met de regels rond politiedatabanken.

Eerder dit jaar was er al wel een wetswijziging waardoor een politiezone alleen toegang mag hebben tot gegevens die ze zelf hebben ingevoerd. Maar tot meer dan richtlijnen zijn ze niet gekomen. Het COC is een orgaan dat toezicht houdt op de gegevensverwerking bij de politie, maar ook zij moeten constateren dat het probleem onder de radar blijft.

‘De Standaard’ kreeg geen antwoord op de vraag of de problemen met ‘Infotheek’ ondertussen zijn opgelost. Bij minister van Justitie Koen Geens (CD&V) en minister van Binnenlandse Zaken Pieter De Crem (CD&V) wilde men niet reageren. Als niemand echt op de hoogte is van wat er met je privé-informatie gebeurd, kan je jezelf ernstig vragen stellen over wie er met je confidentiële verklaringen mag rommelen en waarom. Laat staan dat je de informatie die over je wordt bijgehouden mag weten en checken of die wel klopt. Als men zo slordig omgaat met het respecteren van de privacy, heeft men redenen om aan te nemen dat er ook inhoudelijke slordigheden zullen bestaan.