De juridische strijd van Delphine Boël heeft haar in elk geval veel media-aandacht opgeleverd. Maar is het echte kunst?

Delphine Boël is zeker een excentrieke vrouw. Haar buren in de sjieke buurt van Portobello Road van Londen waar ze haar optrekje had, vertelden eind de jaren negentig smeuïge verhalen over haar.

Een buurman: “Op een bepaald ogenblik was het plafond van een ruimte van haar huis naar beneden gekomen. In plaats van dat te vermaken, verhuisde ze gewoon naar een andere ruimte.” Probleem tijdelijk opgelost dus…

Delphine maakt kleurrijke en expressieve kunstwerken van papier-maché, gekke creaties die naar verluidt haar persoonlijkheid weerspiegelen.

De sculpturen blijven geïnspireerd op het werk van Niki de Saint Phalle. In het Vlaamse kunstmilieu kende niemand de kunstenares Delphine Boël eind de jaren negentig.

,,Ik had voor die hele heisa nog nooit van haar gehoord”, vertelt Michaël De Zutter van kunstgalerij Guy Pieters in Knokke aan de pers.

,,Niki de Saint Phalle heeft veel adepten. Alles is afhankelijk van de manier waarop ze met dat werk omgaat. Is het louter namaak of afgekeken, dan is het niets waard. Maar als het een voortzetting is van wat de Saint Phalle is begonnen en ze haar eigen gedachtegoed op het werk transponeert, kan dat zeer belangrijk zijn.”

Niki de Saint Phalle, de kunstenares die zich op haar beurt liet inspireren door haar mentor Henri Matisse, is vooral bekend voor haar Nanas , grappige figuurtjes in polyester die ze nadien met de hand beschilderde. Ze legde ook de basis voor driedimensionale tekeningen.

De drie kunstwerken die Delphine eind de jaren negentig in haar atelier aan de Great Western Road ineenknutselde, hebben er volgens de kunstkenners in ieder geval veel van weg. Felle kleuren, gekke figuren en irrealistische creaties. Een slimme journalist: “Het ontbreekt Delphine alleen nog aan bekendheid om ze als zoete broodjes verkocht te krijgen.”

Zelfs Smak-conservator Jan Hoet en Willy Van den Bussche, conservator van het Provinciaal Museum voor Moderne Kunst, hadden in 1999 nog nooit van kunstenares Delphine Boël gehoord. ,,Er zijn zo veel kunstenaars die Niki de Saint Phalle nadoen”, liet deze laatste zich ontvallen.

Een journalist: “De plotse internationale belangstelling voor haar persoontje zal de populariteit van haar kunstwerken in ieder geval niet doen afnemen.” Die analyse klopt. De kunstwerken worden via haar vennootschap Deljim verkocht. In het begin was er enkel verlies. De laatste jaren is er plots winst.

Een ding is zeker: het is niet omdat Delphine nu beroemd is, dat ze grootse kunst maakt. Het blijven tweederangs creaties…