Brengt Covid-19 ons land weer samen?

Bij het onderhandelen over de maatregelen om het corona-virus in te dijken, kwamen de twee gemeenschappen van dit land erachter dat ze tot een akkoord konden komen, ondanks het feit ze een andere mening hadden. De Walen wilden de scholen sluiten, de Vlaamse regering wilde dat liever niet, en toch kwam ze eruit.

Er was de afgelopen tijd veel contact tussen de minister-presidenten Jambon en Di Rupo. Beiden kwamen tot het inzicht dat er nood is een aan één federale stem om het land en haar economie te behoeden voor een catastrofe. Daaruit groeide de bereidheid om een ‘corona-kabinet’ op te zetten, een tijdelijke regering die in staat moet zijn om de crisis aan te pakken.

Gisteren bleek dat het begrotingstekort tot 13,45 miljard euro is opgelopen. Als we daar de crisismaatregelen bij optellen, dan moet men die economische schade dringend aanpakken. En ook niet, want de gouverneur van de Nationale Bank zei gisteren dat de overheid zich in de eerste plaats met het oplossen van de pandemie moet bezig houden en niet met saneren.

Op tafel ligt niet Vivaldi, maar een variant van paars-geel. Met de twee grootste Waalse partijen en de drie Vlaamse regeringspartijen, aangevuld met sp.a. Samen komt zo’n coalitie aan 90 van de 150 Kamerzetels, een comfortabele meerderheid.

Daarmee is echter nog niet alles opgelost. De PS zal water bij de wijn moeten doen en aan tafel moeten gaan met personen die zij racisten hebben genoemd. Sommigen spreken van een valsstrik en waarschuwen voor het moment dat de coronacrisis voorbij is en zij opgescheept zitten met de N-VA.

Ook de MR doet moeilijk. De ambitie van voorzitter Georges-Louis Bouchez steekt stokken in de wielen. Hij wil absoluut dat Sophie Wilmès premier kan blijven en wil bovendien zijn eigen partij – die nu de eurocommissaris, de Europees president, de premier en 6 ministers levert – blijven bedienen met postjes.

Maar, als het een beetje meezit, gaan we naar een regering van N-VA en PS, sp.a, CD&V, MR en Open Vld.