Foutjes incasseren, staat blijkbaar niet in het woordenboek.

Er zit een stofje in het radarwerk. Sciensano en een legertje virologen loodsten ons – bij gebrek aan leiderschap – doorheen de coronacrisis. Ministers waren te bang om hun politieke vingers te verbranden en lieten wetenschappers historische mededelingen doen aan een angstig land. En ja, de virologen vaarden een verstandige koers door de storm. Misschien net iets te verstandig en te nauwkeurig, misschien net iets te veel informatie, maar wie kan het ze kwalijk nemen.

En dan, als we weer in het licht aan het eind van de tunnel marcheren, maakt Van Ranst een foutje. Ten minste zo lijkt het. Op enkele dagen tijd leek het alsof er bijna 40 besmettingen bijgekomen waren in de stad Sint-Truiden. “Een kleine broeihaard”, werd het door Van Ranst genoemd. Een huivering trok door Limburg en deinde uit naar de rest van het land. Maar een dag later bleek dat er een vermenging was gebeurd van twee soorten testresultaten. “Dat gaf een vals beeld”, verduidelijkte Van Gucht. Op de persconferentie van het Nationaal crisiscentrum probeerde Van Gucht in Wetenschappelijke geuren en kleuren uit te leggen hoe nu precies zat, zodat niemand zich ongerust hoefde te maken.

Case closed”, dacht iedereen. Zelfs de burgemeester van Sint-Truiden, Veerle Heeren (CD&V) dekte het potje toe met de mantel der liefde. Maar later die dag, op de digitale Truiense gemeenteraad tijdens een verhit debat met de oppositie over de relancering van de stad Sint-Truiden, haalde de Truiense burgemeester plots verschroeiend uit naar viroloog Marc Van Ranst omwille van het feit dat hij Sint-Truiden ‘verkeerdelijk’ een broeihaard van besmettingen noemde. “Een verschrikkelijke uitspraak van mijnheer Van Ranst die onze stad enorme imagoschade heeft berokkend” klonk het.

Van Ranst was not amused door die uitspraak en trok meteen als een volleerd politicus de paraplu open. “Ik interpreteer de cijfers die er voorhanden zijn”, repliceerde van ranst.” Burgemeester Heeren zou beter boos zijn op Sciensano. Maar eigenlijk. Who cares?” Een stevige sneer naar sciensano van Van Ranst. Waarom?