We weten dat kamerlid Jessica Soors geobsedeerd is door extreemrechts. Dat is uiteraard nog geen reden om zaken selectief en verkeerd voor te stellen.

In haar schriftelijke vraag 588 aan de voormalige minister van Justitie beweert Soors dat “het dreigingsbeeld dat in het jaarrapport 2019 van de staatsveiligheid (VSSE) geschetst wordt, hoofdzakelijk (eigen cursivering) op het religieus extremisme en het extreemrechts terrorisme focust.”

Soors heeft duidelijk een probleem met het woord “hoofdzakelijk”. Dat betekent vooral of voornamelijk.

Het jaarraport van de VSSE telt 32 bladzijden. Het dreigingsbeeld in België beslaat de bladzijden 10 tot en met 25. En het gaat over veel meer dan extreemrechts.

Het klopt dat een groot deel over religieus extremisme gaat (toch iets wat klopt). De mogelijke dreiging van extreemrechts is slechts een element van de grondige analyse van VSSE.

In het rapport wordt bijvoorbeeld ook ingegaan op de zogeheten hybride dreiging. Daarmee wordt gedoeld op een breed scala van gecoördineerde methoden of activiteiten van vijandelijke actoren zoals China, Rusland of Iran, of niet van staatswege, gericht tegen de kwetsbare punten van democratische staten zoals België of Europese instellingen in Brussel, zonder dat de drempel van formeel verklaarde oorlogsvoering wordt overschreden.

Voorbeelden hiervan zijn cyberaanvallen, verkiezingsinmenging en desinformatiecampagnes, mede op sociale media.

Misschien kan Soors daar eens een vraag over stellen aan de nieuwe minister van Justitie.