Wie wil er waar zitten in het halfrond en wat doen we als het gangpad een fractie in twee snijdt?

Het parlement verbouwen is geen optie, al heeft het geen haar gescheeld want onze daadkrachtige politici hadden er weken voor nodig om te beslissen dat ze  niets te beslissen hebben. Of nog: omdat er geen akkoord mogelijk is, blijft alles zoals het is.

De hele discussie ging over wie waar zou zitten in het Vlaams parlement. Traditiegetrouw is een parlement ingedeeld in links en rechts. Met andere woorden, rechtse partijen zitten aan de rechterkant – voor wie van voor het halfrond in kijkt – en de linkse partijen links. Van links naar rechts geeft dat : PVDA, Groen, sp.a., CD&V, Open Vld, N-VA, Vlaams Belang.

Na de sterke verkiezingsuitslag van Vlaams belang ontstond er een probleem waar onze toponderhandelaars enkele weken voor nodig hadden om er niet uit te geraken. Een sterke score betekent meer vertegenwoordigers in de zaal. Daardoor werd de fractie van N-VA fysiek opgesplits door het gangpad en, erger nog, zaten enkele N-VA’ers in de zijbeuk van het Vlaams Belang.

Wat nu? Een oplossing leek niet simpel, zeker niet toen CD&V het niet zag zitten hun middenbeuk op te geven. Logisch natuurlijk voor een conservatieve partij om vast te houden aan vaste waarden. Geheel in de lijn van het ‘moedige midden’ van hun Wouter Beke die zij minister maakten omdat hij als partijvoorzitter faalde.

Dus, moest men op zoek naar een alternatief. De meerderheidspartijen sloten meteen de verliezers uit om mee te zoeken naar een oplossing, belegden vergaderingen die niet doorgingen, onderhandelden ondertussen voor de vorming van een nieuwe regering en besloten ten slotte dat de fractieleiders het onder elkaar moesten bespreken. Na nauwelijks vijf overlegrondes – wat voor politici het equivalent is van een Formule 1 wedstrijd – kwamen ze er achter dat ze er niet uit geraakten.

De beslissing werd ten slotte min of meer bekend gemaakt door Groen omdat die niet werden geïnformeerd over de beslissing om niet te beslissen en er dus vanuit gingen dat ze zouden blijven zitten waar ze zitten.

En daarmee kan men dus voortaan computerspelletjes spelen vanop dezelfde plaats als vroeger.

Of nee, wat wel nog kan veranderen zijn de zitjes van voor naar achteren. Vooraan zitten de fractieleiders en de leden van het bureau en daarachter de parlementairen en die behoren te zitten volgens het systeem van anciënniteit en penetratiegraad bij de verkiezingen. Dat wil zeggen : het aantal voorkeurstemmen gedeeld door het totaal aantal stemmen in zijn/haar kieskring.

Waarom het moeilijk maken als het ook simpel kan, toch ?