Godsdienst, taaltraject en taalbad.

Moet een kind het Nederlands voldoende onder de knie hebben, alvorens het naar de lagere school mag? Het is een vraag waarover experten en politici het maar niet eens raken. En dus komt men met een compromis, en een doekje voor het bloeden. Vanaf schooljaar 2021-2022 zullen kinderen aan het begin van de derde kleuterklas een taaltest Nederlands moeten ondergaan. Slagen zij daar niet in, dan kunnen de ouders toch nog beslissen dat het kind mag overgaan, maar moet het wel verplicht een taaltraject volgen.

De scholen mogen zelf bepalen hoe ze zo’n taaltraject invullen en voor hoe lang. Dat kunnen extra lessen zijn, of een taalbad. Het kan voor een paar maanden of een jaar zijn. Heel vaag allemaal, om op geen lange tenen te trappen. De ene wetenschapper vindt dat een goed idee, de ander ziet daarin het uitdiepen van de kloof met andere kinderen. Linkse partijen schreeuwen moord en brand en noemen het een ‘toelatingsproef’, Vlaams Belang noemt het “een flauw afkooksel” en biedt het geen enkele garantie dat kinderen het Nederlands voldoende beheersen. “Nu kunnen het ook gewoon enkele uurtjes taalles zijn” , klinkt het daar.

En dan komt het doekje voor het bloeden. Wij de taalles, jullie de godsdienstles. Vanaf volgend jaar wordt ook de leerplicht – niet de schoolplicht – verlaagd van 6 naar 5 jaar, en moeten 5-jarigen 290 halve dagen per schooljaar aanwezig zijn. Dat betekent dat volgens de grondwet de kinderen alle erkende godsdiensten en zedenleer als les moeten aangeboden krijgen. Onze kleutertjes van het laatste jaar zullen dus godsdientsles krijgen. Wie zou er hier vragende partij zijn?.

Vlaanderen laat wel weten dat het ervoor kiest om daar niet de norm van te maken, maar het wel aan te bieden als ouders er specifiek voor kiezen. Standaard krijgen de kleuters dus geen godsdienst. Dit zal ongetwijfeld de kloof tussen de kleuters dichten… .