Wetenschappers starten een offensief tegen de politiek.

 

“Net nu er moeilijke beslissingen moeten worden genomen, zitten beleidsmakers muurvast in de we-zijn-het-beu-modus.” aldus Viroloog Marc Van Ranst via Twitter. “Een epidemie die exponentieel groeit; + een versoepelings-mindset bij beleidsmakers, adviesorgaan en bevolking; + politici die afgeleid zijn door een regeringsvorming in slow motion; = een recept voor een ramp. Hoog tijd voor actie, verdorie!”

In De Tijd zegt Steven Van Gucht: “Het zou geen kwaad kunnen dat de politiek nog eens de puntjes op de i zet.”

Pierre Van Damme heeft het over “weinig signalen uit de politieke wereld” en

Erika Vlieghe roept de politici op om “openlijk te communiceren” dat er een probleem is.

Het kan haast geen toeval zijn dat alle wetenschappers eenzelfde beschuldigende vinger uitsteken naar de politiek. De vraag is natuurlijk wie zich nu aangesproken moet voelen.

Toen corona aan de Belgische poort klopte, was er al een uitslaande politieke brand in het paleis. Plots kwam daar het probleem van een onbekend virus bij. 

Wie moest er de pandemie eigenlijk managen? In Het Nieuwsblad lezen we dat op papier het federaal crisiscentrum de leidende instantie is en die valt onder de bevoegdheid van de minister van Binnenlandse Zaken, Pieter De Crem (CD&V). Tegelijk is het een gewoonte dat de minister die inhoudelijk bevoegd is voor de crisis, de leiding in handen neemt.

Omdat het bovendien een gezondheidscrisis is, werd het dus ook een bevoegdheid van Maggie De Block (Open Vld), maar De Crem en De Block  zijn blijkbaar nooit tot afspraken gekomen over de verdeling van aanpak en communicatie.

Boven dit verheven duo staat uiteraard de grote leidsvrouw, premier Wilmès. Zij bepaalt de agenda van de Nationale Veiligheidsraad en zit die ook voor. Maar Wilmès koos voor de gemakkelijkste oplossing en liet de communicatie over aan de virologen en de vakministers. “Het zou ook niet goed zijn dat de premier om de haverklap communiceert”, klinkt het. “Zij moet er vooral staan wanneer het echt erg is. Dan pas speel je de premier uit. Dat lijkt nu nog niet aan de orde.”

Gevolg was dat het land geïnformeerd werd door professoren, zonder mandaat, die vaak hun vakgebied verlieten en over het hele reilen en zeilen van een maatschappij hun mening ventileerden. Onze ministers beoefenden ondertussen de kunst van het zwijgen.

En nu? Marc Van Ranst verwees er al naar op Twitter, en dat is inderdaad een probleem. De kwakkelende federale regeringsvorming hangt als een schaduw over premier Wilmès en haar ploeg. Eigenlijk bestaat Wilmès al niet meer, maar tegelijk wordt zij door haar partijvoorzitter, Bouchez, naar voren geschoven als kandidaat-premier. Logisch dat deze vrouw op dit moment zo weinig mogelijk wil opvallen om zo weinig mogelijk brokken te maken.

Het is dus wachten tot 1 oktober, de deadline voor de Vivaldi-coalitie en de komst van een nieuwe premier. Op dit moment is Vivaldi echter niet meer dan een clubje twijfelaars. Als we daarmee de grootste crisis uit de vaderlandse geschiedenis moeten gaan bestrijden, dan zijn we op voorhand reeds verloren.

R.I.P.