Het klimaatplan kent grenzen.

Woensdag moeten vier klimaatministers – Zuhal Demir (N-VA) in Vlaanderen, Philippe Henry (Ecolo) in Wallonië, Alain Maron (Ecolo) in Brussel en Marie-Christine Marghem (MR) federaal – het eens worden over één Belgisch klimaatplan. Voor Europa zijn de plannen van de gewesten ongeldig en telt alleen een nationaal plan.

Het is duidelijk dat Europa niet op de hoogte is van  de Belgische politiek. Nochtans is Charles Michel – de baas van Europa – een Belg. Of is dat ‘baas’ zijn dan toch een beetje heel relatief? Wallonië, Brussel en de tijdelijke federale minister lieten in ieder geval al eerder hun afschuw kennen over het Vlaamse klimaatplan, schieten Demir af als een free rider, maar moeten het nu wel eens worden onder mekaar.

De Vlaamse regering kon nog net planepoolen om in Madrid een plan op tafel te leggen waarvan met zegt dat het haalbaar en betaalbaar is. Het Europese doel van 35 procent minder uitstoot haalt Vlaanderen echter niet en strandt op een -naar eigen zeggen realistische – 32,6 procent. Hoe men tot zulks exact cijfer tot na de komma komt, is een beetje een raadsel.

In Brussel gaan ze voor 40 procent en Wallonië mikt tegen 2030 zelfs op 55 procent. Met zo’n mooie nieuwjaarswensen mag je van Europa natuurlijk een bank vooruit in de klas. Het zou zelfs kunnen dat Europa één dezer dagen haar doel van 35 procent naar 50 procent verhoogt. Sinterklaas bestaat dus toch.

Hoe dan ook, tegen woensdag moeten onze gewesten het met elkaar eens zijn. Vergelijk het een beetje met voetbalclub Brugge dat verplicht wordt om met voetbalclub Standaard één ploeg te vormen.

Moeten, is nog niet kunnen, laat staan dat beloven, realiseren is. Is het iemand ooit al eens opgevallen dat er enkele verschilletjes bestaan tussen het zuiden en het noorden van dit land ?