Uiteraard kost zo’n supercar wat meer in onderhoud dan een gewone Peugeot of Toyota, maar zoveel hadden we niet verwacht.

Bij VINwiki sloegen ze een praatje met Bruce Weiner, ex-eigenaar van een McLaren F1 uit 1994. Ex, want het onderhoud sloeg hem een beetje tegen. Nu zou u kunnen stellen dat dit flauw is van Weiner omdat-ie op voorhand zou moeten weten dat dit flink wat centjes zou kosten. Maar lees vooral even verder.

Wanneer een McLaren van eigenaar verwisselt, dan voert het merk gratis en voor niks een inspectie uit op het voertuig. Iemand van McLaren komt helemaal naar u thuis om te bekijken wat er aan moet gebeuren om hem weer helemaal pico bello te maken. Zo ook bij Weiner.

Er bleek inderdaad een en ander aan te mankeren. De benzinetank van zo’n F1 heeft een aangeraden levensduur van vijf jaar en deze – u raadt het al – was al even overtijd. De koppeling moet na drie jaar worden vervangen en ook de banden hebben slechts een beperkte levensduur.

Een nieuwe benzinetank kwam op 110.000 euro. Ook de bandenwissel bleek een hele klus. De wagen moest helemaal opnieuw uitgebalanceerd worden op een circuit. Kostprijs voor de banden, inclusief vervoer naar dat circuit, een speciale verzekering en een coureur: 50.000 dollar.

Hier en daar moest er nog wat worden bijgesteld en vloeistoffen vervangen. Het onderhoud zou in totaal op de ronde som van 250.000 dollar komen. Weiner rekende uit dat, zelfs als hij geen meter met de McLaren zou rijden, de bolide hem 15.000 dollar per jaar zou kosten.

De reden om de McLaren weer van de hand te doen, was echter… het brandblusapparaat. Een ding dat bij de plaatselijke doe-het-zelf-zaak ocharme tien dollar kost, maar McLaren wilde daar 800 dollar voor factureren.

Toch heeft Weiner geen spijt dat hij de wagen kocht. Zelf legde hij er 1,2 miljoen dollar voor op tafel, maar toch wist-ie er nog een stevige winst op te vangen.

Gepubliceerd door Stefan Lambrechts

Optimist en liefhebber van mooie natuur, door wiens aderen ook een beetje benzine stroomt.