Wetenschappers waarschuwen voor het risico van aerosolen

“De Who kijkt de ander kant uit.”

We hebben geleerd dat het coronavirus zich op twee manieren verspreidt. Eén: door het inhaleren van van speekseldruppeltjes van een besmet persoon in je omgeving. Twee: door het aanraken van besmette oppervlaktes en vervolgens je ogen, neus of mond. Meer dan 200 wetenschappers vragen nu in een open brief aan de WHO om meer aandacht te hebben voor het gevaar van aerosolen bij het verspreiden van het virus.

Aerosolen bestaan uit een wolk grote en kleine druppels en uit druppelkernen. Grote druppels hebben een doorsnee van meer dan 5 tot 10 micrometer. Kleine druppels hebben een doorsnee van minder dan 5 micrometer. Druppelkernen bevatten geen vocht. Bij hoesten en niezen komen grote druppels vrij die snel op de grond vallen. Fijne vochtdruppels en druppelkernen blijven langer in de lucht hangen. Wetenschappers zijn voor 100 procent zeker dat virusdeeltjes in de lucht kunnen blijven hangen en mensen kunnen besmetten. Aerosolen – microscopisch kleine versies van speekseldruppeltjes – kunnen langere tijd in de lucht kunnen blijven hangen en grotere afstanden kunnen afleggen. Dat maakt slecht geventileerde ruimtes gevaarlijk, zelfs wanneer de sociale afstand van anderhalve meter wordt gerespecteerd.

De Who erkent dat het virus kan worden overgedragen via aerosolen maar wijst erop dat het slechts labo-experimenten zijn en dat er nog geen bewijzen zijn van op het terrein. Volgens de Who zou corona zich sneller verspreid hebben als de transmissie via de lucht echt een belangrijke speelt in de verspreiding van het virus.

Het zou nochtans de rol van superverspreiders verklaren, zoals die ene man die een half restaurant besmette, en de uitbraken in zangkoren.

239 wetenschappers uit 32 landen ondertekenden de brief, die volgende week wordt gepubliceerd.

 

Lees ook
Reacties
Laden...

This website uses cookies to improve your experience. We'll assume you're ok with this, but you can opt-out if you wish. Accept Read More