Hij kwam, hij zag en overwon.

“We waren klaar voor een virus, maar niet voor dit virus”, zo klonken gisteren de bevlogen woorden van Wouter Beke (CD&V) in het Vlaams parlement. Daar moest hij zich voor de coronacommissie verantwoorden voor zijn beleid van de afgelopen maanden. Beke bracht een geniale speech, een voorbeeld van de klassieke retorica, die schatplichtig leek aan de redevoering van Marcus Antonius van Shakespeare. Het is even simpel als geniaal, gestoeld op enkele simpele principes: je toont bescheidenheid, emotie, je bent repetitief, geeft je fouten toe en bewierookt vervolgens jezelf en het volk. De oppositie was niet opgewassen tegen deze Shakespeareaanse bevlogenheid. Jan Jambon wilde geen gezichtsverlies en sloot met de meerheidsparijen de rangen voor hun minster Beke. Wel, hoed af. Als er voortaan evenveel energie en tijd worden gestoken in de bevoegdheden, als in het redden van zijn eigen vel, dan zitten we met Beke goed voor de tweede golf. En die komt er.

Er is alweer een stijging van 79 procent in vergelijking met de voorgaande periode van zeven dagen. Het is al de dertiende stijging op rij. Er worden gemiddeld 175.1 (of afgerond 175) besmettingen per dag met het coronavirus geregistreerd in ons land. Sciensano blijft vasthouden aan de gemiddelden, waardoor het aantal besmettingen per dag lager lijkt. Het laatste bekende dagcijfer dateert van vrijdag 17 juli en dat lag op 259 nieuwe besmettingen. Het is geleden van midden mei dat het aantal nieuwe besmettingen zo hoog lag.