Bart De Wever deed een forse uitspraak na de recente schietpartij in Deurne: “Cokesnuivers zijn rechtstreeks verantwoordelijk voor geweld in onze straten.”

Dat is zeker zo. Maar zitten er ook cokesnuivers in de Vlaamse politiek? En zo ja, is de boodschap van de caïd van de N-VA dan niet een beetje hypocriet? Want dan zijn de cokesnuivers in de Wetstraat toch ook medeverantwoordelijk voor dat geweld, niet?

In de buitenlandse politiek is drugsgebruik bij politici geen uitzondering. In 2015 nam de vice-voorzitter van het Britse Hogerhuis zelfs gedwongen ontslag. The Sun publiceerde een video waarop te zien is hoe John Sewel in het bijzijn van twee prostituees cocaïne snuift.

Zijn er ook drugsgebruikers in de Vlaamse politiek? Vincent Van Quickenborne bekende jaren geleden: “Ik blow maar af en toe, ’t is niet eens een vaste gewoonte. Ik ben een zenuwpees.” Van deze politicus naar Jean-Marie Dedecker is geen grote stap. Ze bezochten samen de Palestijnse gebieden in 2002.

Als medewerker van Dedecker (LDD) kwam ik in Kamer, Senaat en Vlaams Parlement. En daar zie en hoor je wel eens wat. Insiders weten wie gebruikt, maar die informatie komt zelden tot bij de burger. Een arts vertelde me ooit dat je kan zien wie aan het witte poeder zit. Hoe? Dat vertel ik niet… Maar sedert die onthulling kijk ik wel anders naar politici.

Het is een tijdje geleden, maar in 2010 raakte spoedarts Kim Geybels samen met haar minnaar en medewerker Bas Luyten betrokken in een cocaïne-deal. Het was het einde van haar politieke loopbaan.

En misschien herinner je jezelf deze quote nog uit Het Laatste Nieuws van begin 2016. Volgens een liberale bron is (was?) de partij wereldvreemd. “Alles lijkt perfect te gaan met Open Vld. We hebben het beste feestje ooit met alles erop en eraan: lekkere taart, cocaïne, hoertjes. Maar boven ons staat een glazen stolp die ons scheidt van de grote boze wereld.” Moeten we de uitspraak letterlijk nemen of was het symbolisch bedoeld?

Recenter, op 9 augustus van 2018, verscheen een merkwaardig stukje in ’t Pallieterke. In Het witte poeder stelt hoofdredacteur Van Camp dat cocaïne zijn weg gevonden heeft in alle geledingen van de bevolking. “U zou ervan versteld staan welke parlementsleden graag en met regelmaat een lijntje coke opsnuiven.” Van Camp hoort en ziet wel wat, vooral aan de Vlaamse zijde van de politiek. Misschien krijgen we binnenkort wel een publieke bekentenis zoals bij Boris Johnson. Hij zei een paar jaar geleden op televisie dit: “Ja, ik heb in mijn Oxford-tijd coke gebruikt. Maar net toen ik het goedje wilde opsnuiven, moest ik niezen en vloog het er allemaal weer uit.” Clown Boris…

Een parementslid van een Vlaamse partij vertelt aan een journalist naar aanleiding van het stuk in ‘t Pallieterke: “Drugs in onze partij? Dat is mogelijk, maar dan toch minder dan bij onze collega’s.” En volgens sommigen is het witte poeder zelfs tot op regeringsniveau geraakt.

Ook Jan Segers van Het Laatste Nieuws hoort en ziet veel. Hij schrijft in 2018 “En dat alleen N-VA-politici immuun zouden zijn voor de verlokkingen van cocaïne? Breek de roddelaars de bek niet open, burgemeester.”

Laten we eindigen met Vlaams politicus Bart Vandermoere, voormalig gemeenteraadslid in Antwerpen en gewezen lid van de provincieraad. “Het leven van Bart bestond uit seks, drank, drugs en corruptie. Hij is zo zwaar verslingerd geraakt aan cocaïne en andere middelen dat hij eraan ten onder is gegaan”, staat in de pers. Vraag is of Bart een uitzondering was of de regel…

(Thierry Debels)