In Frankrijk zijn drie artsen overleden aan de gevolgen van corona.

Ook in ons land is een afdelingshoofd van de dienst intensieve zorgen van Luik besmet met het coronavirus. Hij moet met zijn gezin verplicht in quarantaine, maar is buiten levensgevaar.

Marc Moens – voorzitter van de Vlaamse tak van de Belgische Vereniging van Artsensyndicaten (BVAS) – pleit voor adequaat beschermingsmateriaal. Wanneer coronapatiënten in het ziekenhuis binnenkomen, gaan dokters hen intuburen (het inbrengen van een beademingsbuis). Artsen hangen bij die handeling boven de patiënten.

Wanneer artsen of verpleegkundigen op dat moment niet uitgerust zijn met speciale maskers en een scherm, is de kans op besmetting 100 procent. “Voor elke 100 mensen die besmet raken, belanden er gemiddeld 15 in het ziekenhuis, drie van hen gaan dood.” Dat cijfer geldt dus ook voor artsen”, zegt Moens in Het Nieuwsblad.

Vanuit de afdeling intensieve zorgen reist dan ook de vraag of artsen deontologisch verplicht zijn bij patiënten een levensreddende behandeling in te stellen, wetende dat ze zelf een groot risico op besmetting, ernstige ziekte en gevaar voor eigen leven lopen.

Het is een moeilijk ethisch dilemma. Artsen hebben een deontologische behandelings- en verzorgingsplicht, maar bij een pandemie spelen er ook andere argumenten. Als er te weinig persoonlijk beschermingsmateriaal is, moet de arts de overweging maken of het gevaar voor eigen leven en dat van de maatschappij opweegt tegenover het gevaar voor de patiënt.

In Italië zijn er ondertussen al 13 artsen overleden aan de ziekte.